Gastschrijvers, Nieuwe Beelden

Het Rijnlands Model

Inleiding
De Periklesstichting heeft een mooie intentie. Ik begrijp hem als volgt: een Derde domein zijn van, voor en door burgers, tussen de overheid en de markt. Zo sluit die inderdaad erg aan op het Rijnlands model. Alle reden om in dit artikel helder aan te geven wat het Rijnlands model inhoudt en waarom het een fraai alternatief is voor wat dominant is in onze wereld.

Lastig om dit alleen met tekst te doen. Dit artikel is mijn voorzet voor het gesprek erover. Er is ook niet één definitie, die iedereen binnen en buiten de Rijnlandse beweging hanteert. Het is Rijnlands om ieders eigen accent daarin aan te moedigen, ieder heeft zo zijn eigen ‘aanvliegroute’. Dat heeft ook tot gevolg dat het Rijnlands model zich door ontwikkelt. Dat is ook het mooie van een vraag om dit artikel: het dwingt mij te formuleren hoe ik er nu over denk.

Een vorm van kapitalisme: lokale gemeenschappen
Het Rijnlands model is het etiket, dat Michel Albert in 1991 in zijn boek ‘Kapitalisme contra Kapitalisme’ plakte op de vorm van kapitalisme, die hij zag in de landen langs de Rijn. Daarnaast zag hij elders een andere vorm: het Angelsaksische model.  
In het Angelsaksische/Anglo-Amerikaanse kapitalisme:
– ligt de macht in een bedrijf bij de aandeelhouders en die willen een snel en hoog rendement,
– verkiezen de burgers consumptie en schulden boven eenvoud en sparen, de beurs boven de bank,
-zijn de armen en zieken het kind van de rekening.
In het Rijnlandse/Europese kapitalisme:
– zien de werknemers en aandeelhouders hun bedrijf als een gemeenschap,
– speelt de beurs een minder belangrijke rol dan de bank, is sparen een deugd,
– bestaat er werkelijke solidariteit met de zwakken en armen.
Michel Albert betoogt dat het Rijnlandse model economisch en sociaal superieur is, dat desondanks het Amerikaanse model politiek superieur is. Het is beter in zijn Public Relations en een gevraagder exportproduct dan het Rijnlandse model.

Het Rijnlands model sluit aan op ‘Der Dritte Weg’ van Wilhelm Röpke, in de 40-er jaren van de vorige eeuw. Daarin pleit hij voor gelijkwaardigheid van het economische, het politieke, het sociale en het morele aspect. Hij pleit voor ordoliberalisme: liberalisme binnen een wettelijke en morele orde. Hij legt de theoretische basis voor het Wirtschaftwunder van Ludwig Erhard in het Duitsland van na de Tweede Wereldoorlog. Tegelijk introduceert Röpke ‘Maß und Mitte’, de menselijk maat en balans. Een en ander maakt (in hedendaagse termen) de ‘lokale communities’ tot basis van het Rijnlands kapitalisme: gemeenschappen, waarin mensen met elkaar wonen, werken en recreëren én zichzelf besturen.  

Niet de Markt is dominant, niet de Overheid is dominant, maar Markt, Overheid én Burger zijn gelijkwaardig. Anders gezegd: Ondernemingen, Overheden en Onderwijs- en Onderzoeksinstellingen werken van Onderop samen. Rijnlands kapitalisme gaat voor de balans van belangen en belanghebbenden.

Een vorm van organiseren: werkgemeenschappen, geënt op maatschappelijke vraagstukken
De hiërarchie is het dominante organiseerprincipe in de Westerse wereld, gebaseerd op ‘The Principles of Scientific Management’ (1911) van Taylor. Jaap Peters en Harold Janssen hebben bij gelegenheid van de 100ste verjaardag ervan een nieuwe Nederlandse vertaling gemaakt. Met efficiency, controle en arbeidsverdeling legt Taylor de basis voor de grootschalige industriële productie van de 20ste eeuw. Peters en Janssen vinden ‘100 jaar piepel-managen wel genoeg’.

Het kan anders. Organisaties als Buurtzorg en Schoongewoon laten dat fraai zien. In ‘Het Rijnland veranderboekje’ houden Peters en Weggeman een prachtig en krachtig pleidooi voor de werkgemeenschap: een groep professionele vaklui, vaak in combinatie met amateurs (liefhebbers die het niet voor geld doen), die zeer begaan zijn met de bedoeling om samen de goede dingen (het echte werk) goed te doen (vaak in complexe, meervoudige situaties) omdat ze erin geloven, ook als ze bij verschillende organisaties werken, omdat ze dezelfde ambitie hebben. Vaak levert dat ook nog wat geld op.

Niet  de manager is de dominante partij, niet de professional is de dominante actor. Niet Top-down óf Bottom-up. Niet de hiërarchie omdraaien, maar ‘Voorbij de Hark’, de hiërarchie weghalen ! Ook hier is er een soort derde weg: gelijkwaardigheid, de manager en de professional dienen in gelijkwaardigheid de klant. Jos de Blok van Buurtzorg spreekt over de voorkant en de achterkant ! Horizontalisering, en kantelen is dus aan de orde, gekoppeld aan integreren, klein binnen groot, coöperaties, dialoog, lange termijn + korte termijn, etc. Rijnlands organiseren treedt buiten de grenzen van organisaties, gaat voor vertrek vanuit maatschappelijke vraagstukken en voor de werkgemeenschap, waar het vraagstuk om vraagt

Een manier van zijn, kijken en doen: heel de mens
Het rationele is met Descartes (met in de eerste helft van de 17de eeuw: Ik denk, dus ik ben) en met de Verlichting (met in de 18de eeuw: de rede centraal) en met de Industriële revolutie (sinds de 19de eeuw leidend tot grootschalige, fabrieksmatige productie) dominant geworden in de Westerse wereld. Het planmatige, technocratische, mechanistische, piramidale, bureaucratische, het kwantitatieve meten = weten, controle is ‘in ons hoofd’ gaan zitten, zoals Harold Jansen fraai betoogt in zijn ‘Voorbij de Hark’: de managementlogica zit in onze kop. Het denken is dominant, ons hoofd het belangrijkste lichaamsdeel geworden.

Het kan anders, zoals zo fraai blijkt in ‘Reinventing organisations’ van Laloux. Hij heeft het o.a. over hoe ‘heel de mens’ ruimte krijgt/neemt, in organisaties van de toekomst, waarvan er al een aantal onder ons zijn. Buurtzorg is het Nederlandse voorbeeld in zijn boek. De mens hoeft niet meer zijn denken bij de fabriekspoort in te leveren en niet meer zijn emoties voor zich te houden.

Niet het hoofd/denken is de baas, niet het hart of de emotie is leidend. Ook hier is een soort derde weg: het een én het ander. De wil, intuïtie, spiritualiteit, emoties, vertrouwen, durven, zijn, voelen zijn er naast het denken ook allemaal. Het gaat niet om afstand nemen van de rede maar om het combineren van de rede met alle andere aspecten van de mens, om daarmee een transitie maken naar de volgende/nieuwe release van jezelf, van organisaties en van de samenleving.

Afsluiting
Het Kruis van de Chaos uit de Chaos- en Complexiteitstheorie helpt structuur te zien in wat er allemaal gaande is in deze tijd van transitie:
– de bovenstroom, die ten onder gaat
– de onderstroom, die naar boven komt.

Het Kruis bestaat uit 4 kwadranten:
kwadrant 1: oud-doen en oud-denken, kwadrant 2: oud-denken en nieuw-doen (1+2=bovenstroom)
kwadrant 3: oud-doen en nieuw-denken, kwadrant 4: nieuw-denken en nieuw-doen (onderstroom)

De Rijnlandse blik op deze tijd van transitie:
– het Angelsaksisch gaat onder,
– het Rijnlandse komt boven:

1: Angelsaksisch
Macro: Neoliberalisme
Meso: Hiërarchie
Micro: Rationeel
2: Angelsaksisch:
Macro:
Meso:
Micro:
3: Rijnlandse
Macro: Albert: Kapitalisme contra Kapitalisme
Meso:
Micro:
4: Rijnlands:
Macro: Lokale gemeenschappen
Meso: Werkgemeenschappen
Micro: Heel de mens
1980-2000 2000-2020


Complexiteit is er op elk van de drie niveaus (macro, meso en micro) en door de wisselwerking tussen de niveaus. We staan er voor samen in gelijkwaardigheid te onderzoeken, splitsing (van denken en doen) terug te draaien, samenhang en afhankelijkheden te onderkennen. We hebben ooit de verkeerde afslag genomen, als samenleving, als organisaties en als wetenschap. Tot zover mijn input voor het denken en voor het gesprek erover.

Sjaak Evers
Eindhoven, oktober 2017

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s